Programmamaker Filemon Wesselink: Niet alle daders zijn psychopathische monsters

Contactinformatie

BNNVARA

Wim T Schippersplein  3
1217 WD  Hilversum
Tеl: 088-6766666

Contactpersoon

Maaike Wennekers
Communicatie
088-6766984
Moordenaars lijken meer op gewone mensen dan we denken, zegt programmamaker Filemon Wesselink. In Ik heb iemand gedood vertellen daders hoe ze op het punt kwamen dat ze iemand om het leven brachten.

Iedereen is in staat om een moord te plegen, zegt Filemon Wesselink. Daar heb je volgens de programmamaker niet eens een jeugdtrauma voor nodig, het hangt vooral af van de omstandigheden. “Als iemand voor je ogen je kinderen mishandelt, pak je uiteindelijk wel een mes. Ook jij, honderd procent.””

Echt een agressieve indruk maakt de 42-jarige Wesselink niet terwijl hij nipt aan een grote kop latte macchiato. In zijn nieuwe programma Ik heb iemand gedood praat hij met vier veroordeelde moordenaars en onderzoekt hoe hun levenspad uitkwam bij die ene gruwelijke daad. “Ik kijk graag naar crime-series, maar daar zijn de moordenaars altijd psychopathische monsters. Mensen die heel ver van je af staan. Maar we leven niet in een Netflix-wereld en veel moorden gebeuren juist binnen het gezin of tussen bekenden. En dat zijn geen Hannibal Lecter-types, dat zijn mensen zoals jij en ik. Die op zaterdag ook hun auto wassen. Ik wilde vooral ontdekken hoe hun leven is gelopen en begrijpen hoe ze tot hun daad zijn gekomen.”

Zo duikt Wesselink in het leven van Jorge die op z’n 24ste een vriend met messteken om het leven bracht. Hij praat daarvoor met de moordenaar zelf en mensen in zijn omgeving. Een oud-klasgenoot vertelt dat de in Colombia geboren en geadopteerde Jorge op de basisschool ‘een druk en overheersend’ ventje was. “Daarom werd hij nooit uitgenodigd voor verjaardagsfeestjes en voelde hij zich eenzaam.”

Drank en drugs

Jorge zelf vertelt over zijn hechtingsproblematiek en zijn ongelukkige jeugd met misbruik en prostitutie. Het is niet verwonderlijk dat hij aan de drank en drugs raakte. Op de fatale avond was hij samen met het slachtoffer flink doorgesnoven en dronken. “Ik was helemaal van de wereld”, zegt de dader terwijl hij in de camera kijkt. Bij de ruzie die ontstaat tussen de twee gaat het mis. “Hij begon met kopjes te gooien. Ik liep naar de keuken en daar lag een mes. Het is heel moeilijk te beschrijven wat er toen gebeurde. Ik had op dat moment ook nog niet door wat er aan de hand was.”

Volgens Wesselink zijn er situaties denkbaar dat mensen zo in het nauw komen dat ze geen andere uitweg meer zien. “Het gaat om de context van zo’n daad, over wat eraan vooraf is gegaan. Bij de een komt het breekpunt alleen wat eerder dan bij de ander.” Toch had hij best moeite om begrip op te brengen voor de daden van de mensen die hij sprak. “ Ik dacht in al deze specifieke situaties: je had het ook anders kunnen oplossen. Ik zag de puzzelstukjes waardoor hun leven zo gelopen is, maar ik kan me niet voorstellen dat je denkt: ik zie geen andere mogelijkheid meer dan een moord plegen.”

Als interviewer zit je regelmatig op de stoel van de psycholoog, zegt Wesselink. Het is iets waar hij ervaring mee heeft. Eerder sprak hij onder meer met leden van motorclub Satudarah, complotdenkers en mensen met autisme. “Ik probeer altijd tot de kern van het verhaal te komen. En ik voel me aangetrokken door de donkere kant van de mens, de kant die mensen liever niet willen laten zien. Positieve kanten etaleren mensen graag, maar de donkere kant of het verdriet zien we veel minder.”

Egocentrisch en ijdel

Ook Wesselink heeft minder leuke eigenschappen, geeft hij toe. “Ik kan best egocentrisch en ijdel zijn. Ik ben bijvoorbeeld erg gevoelig voor status. Dat zit niet in auto’s of kleding, maar ik vind het belangrijk dat mensen weten dat ik niet dom ben. Ik wil graag dat mensen denken dat ik een creatieve slimmerik ben. En ik ben heel competitief. Ik vind het moeilijk als iemand die hetzelfde werk doet als ik, meer succes heeft. Dan denk ik: ik ga die gozer kapot maken, ik ga hem in de pan hakken. Nee, ik noem geen namen.”

Wesselink heeft die prestatiedrang vanuit huis meegekregen. Hij groeide op in Zutphen, waar zijn ouders een beddenspeciaalzaak hadden. Vaak hielp hij mee in de winkel, maar zijn vader was niet snel tevreden. “Dan kwam hij kijken wat ik deed en zei: Ben je nou nog niet klaar? Je bent al zo lang bezig. Terwijl ik ervan overtuigd was dat ik heel hard had gewerkt. Nee, hij was niet echt teleurgesteld, hij dacht er gewoon niet zo over na hoe hij dingen zei. Dat was soms heel hard en dat kwam dan ook zo binnen. Daar heb ik me eerst verdrietig over gevoeld, maar het heeft me ook veel gebracht. Een bepaalde hardheid, strijdbaarheid. En daar ben ik juist dankbaar voor.”

Wesselink denkt dat prestatiedrang ook voortkomt uit onzekerheid. “Dat je jezelf moet bewijzen ten koste van anderen. Mensen die zelfverzekerd zijn zullen daar minder snel behoefte aan hebben.” Daarom heeft hij bewondering voor zijn oud-collega Sophie Hilbrand. Ooit presenteerden ze het hit-programma Spuiten en Slikken over seks en drugs, inmiddels heeft zij samen met Khalid Kasem een eigen talkshow. “Sophie is veel zelfverzekerder dan ik en kan ook oprecht blij zijn als iemand een mooi programma heeft dat goed scoort. Terwijl ik dan denk: nee, dat vind ik juist helemaal niet fijn. Wat dat betreft vind ik Sophie wel een mooier mens, zij heeft dat helemaal niet. Daarom voel ik die competitie bij haar ook niet, haar gun ik oprecht dat succes.”

Beperkte persoonlijke groei

Dader Jorge maakt in het programma Ik heb iemand gedood een behoorlijke transformatie mee. Na zijn verblijf in een forensische psychiatrische kliniek is hij opgekrabbeld, van de drugs af, heeft een opleiding gevolgd en werkt nu zelf in die kliniek. Maar Jorge is ook niet echt een ander mens geworden, zegt Wesselink. “Hij heeft heel intensieve therapie gehad en het helpt zeker dat hij niet meer verslaafd is. Maar in de kern is hij nog steeds dezelfde persoon. Ik merk dat hij nog steeds narcistisch is, maar hij pakt het wel handiger aan.”

Wesselink hoopt dat kijkers door het programma zien dat niet alles zwart of wit is. “Er zijn veel grijstinten. Een vrouw is slachtoffer, maar ook dader. En in de Netflix-wereld is dat veel makkelijker, daar heb je de Goeden en de Slechten.” Hij vindt ook dat de maatschappij een verantwoordelijkheid heeft voor mensen aan de rand van de samenleving. “Bij deze casussen bekroop mij wel het gevoel dat ze voorkomen hadden kunnen worden. Deze mensen hebben wel om hulp geroepen en die vervolgens weer van zich afgeduwd, maar daar hadden we doorheen moeten prikken. Mensen zijn niet zo uniek, we lijken behoorlijk op elkaar. Het idee dat wij allemaal zo bijzonder zijn, zit bij veel mensen gewoon in de weg. Ook moordenaars zijn niet heel unieke mensen. Een moordenaar lijkt meer op jou, dan dat hij niet op je lijkt.”

Ik heb iemand gedood is vanaf 29 oktober te zien bij BNNVara op NPO 3.

Deel deze release

Share on twitter
Share on facebook
Share on linkedin